Het is niet waar maar het burlt goed
July 23rd, 2008de tsjilpende tentharing sluipt
in een poging tot brullen en baltsen
marlies heet anders maar heeft daarvoor geen tijd
er is een slalom besteld
rond het wakkere gras
hoeveel monkelende maagden
slurpen stiekem nu hun luizen
pal voor de deur
of in dienstuur of outfit
dat is het woord
je wacht tot het ophoudt
daar is het om te doen
en de stadswacht verschijnt
(in zijn habijt zijn kijkdoos zijn potlood)
gered word je niet
dan door haar lach
zij heeft daarom verzocht
Nee zo niet al is het waar
July 22nd, 2008de gouden machine nadert
z’n zingende maan
zij heeft daarom verzocht
op een bedje van vuur
wordt nu dan bekokstoofd
hoeveel magere maanden
te gammel gegooid
voor zomaar zonlicht
en zalvende zeden
je staat ermee op
in aanpalend water
tot dat verdampt
en het universum verschijnt
(in zijn habitat als minkukel rebus)
gered word je niet
dan door haar lach
zij heeft daarom verzocht
Begin zonder einde van mijn obscure bestaan
July 18th, 2008‘Il m’arrive trop souvent d’être impliqué dans des procès”
Henri Michaux - Mon Roi (La Nuit Remue)
“Onbegonnen werk”, zegt ze. ” Als er een paradijs verloren is gegaan, moet het daarvoor zijn geweest, voor we erin konden, maar ik kan niet eens beginnen, dus wat bazel je van iets daarvóór?”
“Als er een paradijs verloren is gegaan, hebben we het waarschijnlijk al terug vóór ik begonnen ben. Bah, gooi dat ook maar weer in de prullenmand. ”
“& Zet de fik erin. We leven maar één keer, we moeten alles zien gebeuren. Vooral het vernietigen.”
“Ik heb een koning nodig, een centraal gezag dat mij zegt: begin nu maar, je bent een brave meid maar nu, nu moet je toch wat, het is tijd. Ik heb er één maar die zit midden in de nacht, als ik al begonnen ben, en niet kan slapen, dan zie ik hem en dan kan ik hem horen zijn koninklijke bevelen verspreiden, mij de levieten lezen. Ik word er woest van, ik kan hem wel, het is net echt, maar ik ben er niet, nee, dat kan niet, want dat beginnen, daar komt gewoon geen einde aan.”
“Ja, en ik heb ook een koningin voor mijn koning. Kijk daar loopt ze, ze heeft een kartonnen kaartje vast met daarop mijn naam, heel haar gezicht is naar mij vertekend, zij weet het, ik zie het en iedereen weet het, maar we kunnen maar niet beginnen. De tijd loopt ons in dikke vlokken uit de handen, de verloren tijd gutst uit de vingers waarvan de nagels in onze rottende lijven zijn blijven steken, we verwaaien, het regent alle letters van de eindeloos kronkelende lust maar de druppels vallen door ons, ze plakken onze inzakkende asse pardoes op de grond.”
“We branden op zonder dat we ooit begonnen zijn.”
“We resten als zwarte vlekken in het zwart van de zwarte nacht. Ik had de koning nodig die ik vast ging maken maar het beginsel van de koning was al afgestorven vooraleer ik kon beginnen, laat staan dat ik hem in de eindeloze nacht kon kronen. ”
“We spoelen weg.”
“Ach koning, dit begin duurt. & Duurt.”
“Het is onbegonnen werk. Kom draai je om, ik zal je troosten met de helende kennis der falende goden, de zalvende woorden die de oude scripto-reptielen angstvallig noteerden in de annalen van Nobolvlada, de verdoemde stad van de hitsige letterbezweerders, als zij ergens een ogenblik verpozing vonden van de meedogenloze jacht der Nobolvladaanse machthebbers op hun magere maar fijnzinnig krokante lijfjes.”
Zo spreekt zij, met lange pauzes ertussen. Afwisselend ironisch-opgewekt, gelaten of gewoon wanhopig.
En ondertussen schuift mijn hand dieper in de nacht.
Het vel komt los, de nagels suizen geruisloos naar een nog zwartere diepte.
Ik mond uit in stof, waar zij te spreken staat.
Midden in de klacht van haar verhaal komt mijn adem los van de woorden.
Daar, dan, daar begin ik weer, daar walmt het begin zonder einde van mijn obscure bestaan.
PK-LP updated and re-styled
July 18th, 2008Voilà, nous espérons que ça vous plait if not complain and/or have a go at it yerself.
- POETRY KESSEL-LO POEZIE is now fully up to date with the latest Wordpress release
- most of the troublesome awkwardness in the administration section (the area were our contributors try to work things out for you) has disappeared,
- i’ve taken the liberty of throwing the old non-design away and replacing it with something that looks like design, tastes like fried chicken and is garantueed to scare potential funders away,
- so, in a rühe of sorts, we can all start attempting to shake some real summer heat into these nowadays rather gloomy parts, getting ready for the KLEBNIKOV CARNAVAL in august here, par example par bleu
The Carnaval we’re holding is rather modest, in its first year.
We’ll be very happy if we can have a continuous exposition artworks, video and visual poetry as well as some emerging, erupting or otherwise surfacing expressions of lyrical impact among the visitors to what is mainly intended as an informal and festive gathering, a celebration of a-commercial creativity and an opportunity to let the kids have a good time while the adults can meet, discuss, or merely enjoy the inspiring surroundings, all happening right here at the Center of the Known Universe, Kessel-Lo!
Still during the 8 days it will last, we are already sure to be welcoming, besides your favourite nutcase, some of the finest authors and performers who promise to get active into whatever drives them at least once during the Carnaval. Others are still in doubt unsure about what the heck this thing will be, anyway:
Here’s a growing list of people joining us in some way
either by contributing things or by performing or by just being there @ the
KLEBNIKOV CARNAVAL First Edition, August 17-24 2008.
Mind you, the thing is open and rather uncontrolled, so the list is by no means expletive..
Hier een groeiende lijst van mensen die op één of andere manier meedoen aan het KLEBNIKOV CARNAVAL.
De lijst poogt actueel en volledig te zijn maar slaagt daar hoegenaamd niet in.
Send contributions to
email:
dv@vilt.net
regular mail:
Dirk Vekemans
Elfnovemberlaan 52
3010 Kessel-Lo
Belgium
Want to perform/play/dance/whatever:
BE THERE BEFORE IT’S OVER!
-
Didi de Paris,
-
TOX! the new collective consisting of
-
Lucas Hüsgen
-
Maarten Inghels
-
Han van der Vegt
-
Dirk Vekemans
-
Helen White
-
Philip Meersman
-
A. Andreas - Brahamian Intelligence Service
-
Sonia Dermience
-
Grapes of Art
- Ilse Derden
- Arnout Camerlincks
-
Jan Vossen
-
Angela Genusa
-
Christina McPhee
-
Sergio Basbaum
-
David-Baptiste Chirot
-
Lanny Quarles
-
Johannes Gutenberg
-
Rustin Larson
-
Erik Rzepka
-
Kirsten Alvanson
-
Reza Negarestani
- send a mail to dv@vilt.net to get yer shelves on this list
d.
2 españoles hablando sobre esos días
July 17th, 2008
2 spaniards talking about those days in Blauwput (before Pablo left, even)
dv, A4, collage, inkt & Marie’s Water Colours, Barcelona 2008
Herrschaft
July 16th, 2008
Photogravure of paper and clay works by Judith V. - A. Andreas July 2008
Herrschaft ist sozialwissenschaftlich nach dem deutschen Soziologen Max Weber wie folgt definiert: “Herrschaft soll heißen die Chance, für einen Befehl bestimmten Inhalts bei angebbaren Personen Gehorsam zu finden“. Im Unterschied zu seiner Definition der Macht (die er als soziologisch amorph, also formlos bezeichnet) setzt Herrschaft ein bestimmtes Maß an Dauerhaftigkeit voraus; sie ist eine institutionalisierte Form von Über- und Unterordnung (Subordination), die jedoch keinerlei hierarchische Strukturen voraussetzt.
bron:http://de.wikipedia.org/wiki/Herrschaft
Corridor aux hommes URInoirs
July 16th, 2008
Schets voor een dubbele video-projectie muur met twee hommes URInoirs.
(geschatte kostprijs: 35.000 euro)
- De vloer is een vrij steil stijgende glasplaat, je moet je vasthouden aan de hommes om boven, uit de corridor te raken. Men kan overwegen om de glasplaat ook bovenop regelmatig te bevochtigen, zodat er onderaan op de treden een smeerboeltje ontstaat
- De poppen zijn glibberig en stinken naar zweet(pis). Ze urineren voortdurend een rode vloeistof in de urinoirs waaraan ze onlosmakelijk verbonden zijn.
- Op de video een loop van stijgende lijnen zodat je de indruk krijgt neer te vallen tussen de twee muren.
- Bovenaan langs beide videomuren loopt een rij luidsprekertjes verborgen in een zwarte band, met daardoor iets eentonig van Scelsi en, ter hoogte van de hommes, plasgeluiden.
- Onder de vloer loopt water met zichtbaar daarin de stralen van de hommes (rood)
- Onderaan (ingang) wordt het water dat onder de glasplaat loopt gefilterd en terug naar boven gepompt. Het geluid van de pomp mag hoorbaar zijn.
Extra optie (interactiviteit):
- de poppen kunnen uitgerust worden met sensoren zodat ze beginnen kreunen als iemand ze vastpakt
Woensdag
July 13th, 2008Elke stem is mest
voor de invallende stiltedv
treurgrijns spreekt mij zon maar zwijgt
doof in taktaktakkentaal
idee: streepjescode voor pijngrens
en douane
de ploegendienst is eenvouds verlicht
nergens een borst of een grijpvrije vlakte
en als het emmeren de maan begint
doet alles de ronde
zuigling dode
stamgast palmbewoner
vleesman fruitaap
druifpers hemel
aardafweergeschut
drebbeldribbel in alkmaars woestijn
o brussels babel
zing zing mee mijn bibelebontse babbel
braken doet men op de knie
tenzij ik niets zie
Remorse
July 10th, 2008Radeloosheid is niet mijn deel, toch ben ik zoekende en gebrand op
een helpende stem,
die mij komt toespreken in het geketende moment, de stapel blokken
omgegooid door een rake klap
van kinderhanden in hun onstuimig avontuur met de reikende kracht van de
nabije dingen, verstaat
meer van de werkelijkheid dan mijn hart vol en bezwaard dat het geheim
wil winnen, een deel uit delen.
maar het aanzwengelen der verheven momenten ontaard in de modderen van
de des doods alras droog en
verlangens breken in korsten aan de grens waartussen heden en verledens
een volheid afwerpen die
de bezinning niet verduurt waarnaar het zelf, de ziel gevoerd wil
worden, de furie vind een sterfbed voor haar
verzwakte zinnen, gelatenheid dringt haar ogen binnen, en zij ontziet en
vergeet zichzelve net als de kracht
die tijd spleet met de flux van eeuwig uitroepen dat vergelding wordt
tot het licht, de vlam, waarin het aanzicht
van de eeuwige, haar doet verheffen tot haar ongekende zelf, vervat de
drift tot vloeken, haar valsheid het woord.
Oh, mijn meester en minnaar, laat mijn vleugels bewogen worden met Uw
ogen,
want de kolk heeft mij gevoerd, heftig trokken haar spiralen mij naar
het wrak, mijn ik, lichaam aan lichaam met de archont, als verdoofd door zijn behaarde
spreuken, met splinters
van hoop gekuisd sloten mijn lichaamcellen ieder afzonderlijk zich af
van de levende traan
die ontviel aan het oog, bewaarplek van het eeuwige, voor de
fragiele inzittende van het het moment.
Besnijdenis en doop uitgevoerd op de stelen van mijn gedachten, de knik
van Paracelsus, waarop ik lach
met bewierde hersenbreuk naar de oppervlakte kom drijven, voor het licht
ontkleed, beleden bekoord…
Judith V. 8 Julki 2008
turbo suRRism_
June 26th, 2008A new version of WordPress is available! Please notify the site administrator.
rijm als in rijp , bevroren dauw
June 21st, 2008Slaap komt, met een barheid van latente zeden, het doet
oude herinneringen openbarsten, versuft is de onzin in de groeven
der schedel, ontbraken aan de wereld nog de ademvesten van vrije troeven
grootse delen slaan om de geurloze kilte waardoor het meisje roept
de roep om de hemel is het wachtwoord van de verre spinvrouw,
gelijk met de aarde is de schaduw als ze bungelende armen vouwt
en de eerste waardige schrede in de angstige dier schamende hielen
licht,
zeef het meel, tot het fijne getroffen, dan zal het besef zijn
beslapen, blakend gezicht
de kroniek van het begin en einde herbergen in het gehoor, zie het
fluisterend
door een koude haag van kwellingen naar de lichtste rimpeling tot
oppervlaktes togen
want dat werd verloren wat de eerste blik zag, neemt nu toe, wordt in
een orde gebogen
het meisje dat een pink aangroeide, lag in vredig ogenblik het
snoepen verduisterd
De spin klimt omhoog langs de naaf, de stang der begeerte
jaagt de dood op en neer gaat het met geweld, als een wilde
die de druiven stampt de onwelriekende schamperende vilder
De spin keert terug van de stam tot de wortel, wier liefde ontbeerde
…alle enkelingen zijn gezworven over de levende klomp, de vervleziging
slaat, een voor een, met vervoering door zijn vergankelijke bloem
vochten voor de pijn hun gesels, de verhalende stomp, ter beziging
Mutter Dole O Rosa
June 20th, 2008(for Judith V. , an attempt)
A stone it is that comes whirling
on my head while my body
is below, down, footsteps, earth
while chiming voices say stone speak death
It’s pain motherly
what d’you expect
all of us with all of us
do, possessing life as death
Split’s my voice by longing
dancer in the rye
white light on white flanks
galloping away in sweetness rude remorse
This abyss I worship, behold
the teeming lee where
suffering sleeps and snores
knowledge as a pillow
appearance with no memory
Take me, take me to the altar, for I’m bleeding tears
take away all hope, for I take the shroud for veil
Take me, take me to the father, he who’s crowned with
the stone that burns from within, take the steadiness
of all my body, the yearning train
Take me, and I’ll drag the void to the crawling dark
for the dead breath their spirit endlessly, their shapes
know how to rank the lines, are attached and eloquent
This living thing in me is speakable, just
to the point where I originate, the stone’s habitat
the light, father of light, pulverize the light, time petrified
What’s my vocation, Mud, shouldn’t it be to walk
between You and the Father, like being welcomed by the wind
crowned with icons, blessings, to be queen?
No, suffering is my throne, venom my speech, exhaustion equals sleep
I hurry to the old books, one of them should endorse my heart
with long forgotten counselling, lend me threads of “Sin-g”
The rhythm reaches the unexperienced ear –
sounds as touchstone, black as black
just black
Skjold nav een (inter)nationaal telefoongesprek
June 20th, 2008Laat u die woorden niet uit uwen web slempen druipen gij vijlsnaar
Gij vuulspuwer met uwen frup stern
Slaat uw web stets foch north do keistig
Gij plomtet met uwen web grove grijnzen
Antwerpen as seen from the Linkeroever
June 19th, 2008Ze schrijft zichzelf met hoofdletters
hier onzichtbaar aan de oever met amfibihuidige amfibieën
geen stadswaardige machine geen stad geen vitrine
is haar te machtig
niets is haar oogopslag de baas
zo wandelt zij langs de kaai
van het uitgestorven rovershol
overweegt
een nieuwe retroversie van
het werpen van een hand
eenvouds blanke wapens wateren
en walmen ieder aura naar
haar godlijke ratsmodee
gniffelend snift zij haar borsten
in de ijzeren grap van
haar onmetelijk
decolleté
“Zing-g”
June 19th, 2008Iemand duwt mij neer met een steen,
zonder te slaan maar puntig op de kruin,
beneden mijn lichaam waar de grond is,
mij na mij draaien op de punt van mijn hoofd
de klokkende stemmen in de steen, de dood
de pijn komt, zodra ik hem verwacht
als een moeder, die haar kind straft
omdat ik haar ziel aanriep, beacht
ik het leven, dat ik in bezit wil nemen,
Mijn stem splijt van verlangen,
danst uitgestoken rond in het koren
waarhet licht valt op de witte flanken
die spijt tot zoete adem rent
Oh, grote vereerde diepte, in de ziel
aanschouw ik de welige luwte waar
het lijden zwaar rust op haar bedden,
verbloemd met de kennis als een peluw
verschijningen die geen herinnering hebben.
Breng mij voor het altaar, want ik bloed tranen,
Of neem mij af alle hoop want ik houd de wade voor sluier,
Huw mij, voer mij naar de vader met de steen tot kroon
die het innerlijk vuur heeft opgezonden en de bezonnenheid
van heel mijn lichaam achter zich trek, de sleep
Neem mij op, ik sleur de leegte naar de kruipdeuren van het donker,
de geest der doden heeft van mij reeds vele gestalten,
genoeg om zich in de linie te begeven, gehecht en bespraakt
Het levende in mij is enkel noembaar, niet dan het
punt waaronder ik vandaan kom waar de steen verblijft,
het licht, Vader van het licht, vergruis het licht, de stenen tijd.
Waarvoor ben ik bestemd, Moeder, is het niet om tussen
U te lopen en de Vader, als ontvangen door de wind
met het beeld der zegeningen tot troon,
Pijn is mijn troon, gif mijn spraak, mijn slaap een uitputting
met snelheid zoek ik de oude boeken, een dezer moet mijn hart
reiken wat het in vergetenheden, beveelt, draden van “Zin-g”
Het ritme in het oor verklinkt de toetssteen, zij is Zwart
Oud water
June 18th, 2008Russische onderzoekers hebben, volgens een bericht van Radio Moskou, een druppel water gevonden waarvan ze de leeftijd schatten op 50 miljoen jaar oud. Ze hopen dat bestudering van het water gegevens zal opleveren over vroeger. De druppel is bewaard gebleven in een rotskristal, dat door geologen werd gevonden in het Pamir-gebergte in Centraal-Azië.
De leeftijd van de druppel is afgeleid uit een ouderdomsbepaling van het kristal.
krantenbericht, ± 22,3 jaar oud, krant onbekend, mogelijk de Volkskrant
Paralysis
June 10th, 2008 Verlam de mond waarmee ik woorden spreek die de ruimte bekeren
maar het hart niet raken in het vergen van grootspraak de slinger van
ijdelheid eren.
Laat het lichaam verschrompelen , de romp is mij een last te leven
met zwaar de trog
van buik en darmen, lever waarop het veeleisende streven bevat het
broze verlangen wast in bedrog
Laat de vervolmakende golven neerstorten in de tegenstellingen van
geest, zwakke leugens
die monter in het bijstere zwart van de schikking der seconden
peuzelt met hoge reuzen,
De huid is een zak om mij heen waaronder ik verstrak van schrik hoog
opgeknoopt met inbeelding
het meesterschap afgesmeekt door bladerend tussen de woorden, een zuiver
begin te verroeren
De tijd drijft angstig voort, de brede heupen splijten oergevoel van
uitdrijving
het versteende kind pijnigt de huid tussen bogen van aarzeliing de
strengen gespannen
vast aan het oordeel, aan halen gesnikte handelingen, sneuvelend aan
de voeten het hoofd,
het indalen van de vleesberg, tevreden in de ophang vergetende botten ,
de toeval beleeft de glorie,
strijken zachte messen de schil van vlees, tot de pit van het beginsel,
met krenkingen ontzielde lichaam aan stukken vastgeroest in de mantra,
versteviging gaat vooraf aan de zelfzucht, licht van de vruchtwater,
buigt en stort
tot de put de inhoud wordt, weggalmt in voortekenen van ongemeten
grenzen
bleke ogen zoeken toevlucht in eindeloze tekening, lijnen vol
liefelijkheden,
gelegd in het hart, de bloesem der waarheid in een enkel ogenblik,
misbaar
Niets zal ik meer nemen, maar neem mij nu nadert Cassandra, gloeit zij
met het toenemen der rust, van het kijken wenend, de loten zingen,
vanuit haarzelf beleden,
de aar der stilte, dat geweld van willen, dat de wetende niet
storen wil.
Woordwolk/Woordwolf
June 8th, 2008
Woordveld gegenereert uit de inhoud van de weblog. Zonder restricties.
Vooral kalm blijven (ook in algemeen erkende uithoeken)
June 4th, 2008dit timide snaveldier legt jaarlijks
afstanden af van veelzeggend kleurkrijt
en mijdt de fatale loop
van de mandarijnentelescoop
nooit wordt gefluisterd of gefloten
met steen in de aanslag of ei of
het lijk van het gelijk
de wind lijkt zich meewarig af te vragen
vanwaar het hortend papier krimpt bij de onzuivere oogopslag of barre aanblik van wat voortkruipt van onder de glimmende pet
net opgezet en alweer bijna bedompt van het sleetse schieten en schorem dat scheelkijkt
de magere macht van een muur of vier
met uitzicht op uniformzelden zo’n tranende tronie gezien als van de emmerende ornitholoog die een vogelbek
steevast voor gevaarlijk houdt
brieven onder nummer naar land van herkomst
dan zingt men een lied
en bespot aldus
de kakelende knoet
Moeder
May 31st, 2008
Moeder ben ik & een kind met het steenvocht
middelpuntvliegend van het hart waar bonkt & beukt
de grote verguizer rechtopstaande van het ik
& waar ik bloedend de gaten betast van de verlossing.
O Moeder o sterren van Uw ogen
o schittering wit waar wij U vinden zouden
& waar wij U geven konden ware het niet
wat wij geven wilden & vonden
de dorre slaap was aan stervenden
& de wake aan het ziedende leven.
O Moeder uit mijn lichaam sissende suist
de stoom van de angst, mijn ogen verbeelden mij
schimmen, het struinen van geesten
in het schuim van de zee terwijl stervende
toch voel ik mij lenig te trillen staan & lillend
schudt ik mij de veren de wijzers de schubben
& de woorden waarin ik schuilde voor U.
Murmelende borrelt in tunnels uit de helm
van de stilte die nog omknelt de kinderschedel
de gladde stralen der strijdzuchtige gezangen
& ontbranden hun giften aan gloeiende kolen
van haat in de ogen.
Op het verstapelde gebladerte rusten nog
de naamloze resten der misgunden:
als kralen rijg ik de okeren tekens
van schande aan het snoer van mijn zang.
In de wind boven de stortrots
krijt de kalk zich stemloos uit de lijnen der beloften
& in de ogen der blinden strooit zich de pijn van hun stof.
O Moeder splijt ons helder de weerbarstige lippen, fluister
ons zuiver de uitkermende verte, laat ons
uw onmetelijkheid in stilte geworden
opdat ons afvallen zouden als bevroren vruchten
de zwarte pukkels van de haat, geef ons heden
de kracht in uw heengaan te verdwalen
zoals u verdwaalt in de troosteloze
labyrinten van onze kurkdroge zielen.
dv, vrij naar een tekst van Judith V.
Trailing - The Frontline Princess
May 30th, 2008De moeder ben ik en het kind ben ik, aan het gewicht dat
mijn middelpunt vormt, de steen in mijn hart, de grote vergruizer van
het
rechtop staan uit trots, de gaten van het ik , verlaten,
Ode aan de grote moeder , de ster van haar ogen
in de mijnen schittert wit, zou een vindplaats zijn ware het niet dat
zij de slaap van de stervende geven en mij verblind ,
Oh moeder breng mij heen waar ik mijn ogen zich openen en
het licht van het weten mijn ziel vindt, mijn lichaam is een systeem van
de angst,
waarvoor ik uitingen vind die met het bidden vormen evenaart die
het leven zelf laat zien in de volheid van haar kracht,
de schim die ik schep maakt mij bleek, als het schuim van de zee.
stervende voel ik mij nu ik mijn hart lenig, een trillende danseres
wier uitbeelding naar binnen ging en het uithoudingsvermogen tartte
zodat zij lijkt op een tuimelaar die wijzerplaat afbreekt van haar
planeet
gedwongen opverend uit haar vrije val naar het eeuwig licht.
Een blik uit het duister neemt mij op, een helm van stilte omvat de
schedel
van het dode kind, verdroogd zijn de ogen, onweerlegbaar is is het woord
dat voortfluisterd
door tunnels, glad, als de tijd , voorbeschikt om wat uit het gevecht
aan eer en overwinning opgerichte kracht te verbeelden bleef te
ontbranden
Duizend kinderen beween ik en de rest krijgt een verstapeld gebladerte
om verstikking de vinden voor het onthaal dat hen misgund werd door de
de moeder, naast mij de moeder die kralen rijgt aan haar felbegeerde
snoer,
dat gouden kerkkamers schept voor wie de dag aanbreekt van jong
smachtend
het uitkermend tot in de gespreide verte, de belofte zich uitkrijt,
Oh moeder, ik hang aan Uw lippen en fluister in de schelp van uw uren
kostbaarder dan de tijd die mij hier blijft, iedere keer dat ik
bloemen breng
naar de poort, U mij laat leven, U wacht in het lichtzuiver vereeuwigd,
Onmetelijke moeder, neem mijn verpulverd woord tot poeder voor de
gezichten
die onuitsprekelijk in mijn verbeelding bloeien en mij doen sterven,
omdat zij voor mijn ogen het koord los gooien, de diepte van hun pijn
fonkelt, gelijk besproeit ongelijk zwarte stelen waaraan vruchten
afvallig.
Heel bewust te verdwalen,.
en ja ik talm en ik zwalk
May 27th, 2008langs uw haver en grot
pardonneer ‘t wat ruw gepolitoerd personeel
het van dimme en veinster gespeende grut
varkens van vet vol van veel
uitspansel wellust en drab
maar zie ik spin een geheel naar lijm ruikend lied
vers van vel als uw wellustige darm en krokant
het alhambra van telraam en teelbal
het is maar het zwijgen
het is slechts het zingen
van een deur op een kier
een enkele deur die maar duurt (en ik zwijg en ik zing)
het verdwijnende ding een strook en een streek
vuil als het zuivere zangstuk zo onbesmuikt
onnozel als onvolledig
zich stuk vaart op de kartelige kust
het fronsen verleerd
mevrouw ik doe nog geen vlieg
May 27th, 2008wel trilt er een vleugel in m’n blad
en scheept mij op met sediment
en rudiment waar ik dacht slangen
bij kleefstruik en vleeseet zweer ik nochtans
iets als met dood achter glas terwijl
het stiekem toch levend en nergens
op mars of elders te vinden was ha
maar echt ik zwachtel de scherven spalk
al uw ogen gebroken tot waar de eivolle einder
waar hoorden we dat in een spat een spatel en specht
ieders recht zet en spreekt van de vlieg en zijn heinde
maar wel onder uw nacht en uw huid
en van geen kwalaken één luit
Ors Vibranter Wurld
May 22nd, 2008Pre read / view: burgerwaanzin.nl, starting @ 30 May 2008, late in the evening.
“A postnouncial utterance, or the lack of belief systems”, written in 317/29 parts.
Excerpt: part v , words 78 - 91
Broken dreams in a carpark
tell a different story,
these projections keep appearing
again and again.
The hotel at the center’s
real park of my town,
projected my car outwards,
to my room at the celing and the walls.
Blauwput
May 16th, 2008Kerk van Blauwput met de St. Jozefschool
(zeldzame prentkaart van Kessel-Lo gekocht op de rommelmarkt van de 40ste Kesselse Feesten afgelopen weekend)










